Gastblog Manon: Moederliefde: vanzelfsprekend of niet?

Buiten onze ervaringen, zijn wij ook heel benieuwd naar jullie ervaringen en verhalen. Deze keer mama Manon aan het woord. Zij verteld ons hoe haar liefde voor Marijn heeft moeten groeien. En dat die zogenaamde roze wolk, soms een donderwolkje kan zijn. Lees snel verder!

Sinds mijn tienertijd wist ik dat ik kinderen wilde. Ik had het al helemaal gepland. Maar het leven is niet te plannen. De man kwam maar niet en de kinderen dus ook niet. En toen ontmoette ik Geert-Jan, ik was 36. Al binnen twee maanden vertelde ik hem plompverloren dat ik kinderen wilde. Hij hoefde ze niet. Twee jaar later was hij om, en nog bijna een jaar later was ik zwanger. Eindelijk kreeg ik dan toch dat kindje waar ik al 20 jaar naar verlangde. Al jaren hoorde ik van iedereen dat een kind van jezelf toch echt heel anders was en daar was ik mij altijd pijnlijk van bewust. Maar nu… nu zou het bij mij dan ook gaan gebeuren. Dat hele diepe moedergevoel en het op slag verliefd zijn op je kindje als deze geboren is.

Hoe anders is de werkelijkheid…

De zwangerschap was er eentje met complicaties en bovendien stond in dezelfde tijd mijn baan op het spel. Nee, van mijn zwangerschap kon ik niet genieten. De bevalling ging ook al niet van een leien dakje, maar na een weeënstorm van vier uur, een knip en een vacuümpomp werd mijn zoon op mijn buik gelegd. Ik voelde op dat moment heel veel. Ik was trots dat het mij gelukt was; verbaasd dat er echt een kindje uit mijn buik was geboren, overdonderd van wat er allemaal om mij heen gebeurde. De eerste uren gaan in een roes voorbij en dan ga je met zijn drieën de nacht in. Oh, wat was ik verliefd op dat kleine ventje dat in het wiegje lag. Maar ik moet eerlijk zeggen: ik was al die jaren daarvoor verliefd op elke baby die ik in mijn handen kreeg. Dit was voor mij niet echt iets anders. Op dat moment had ik dit echt niet durven zeggen, want je hoort toch hoteldebotel op je eigen kind te zijn? Waarschijnlijk heb ik het op dat moment trouwens ook niet beseft dat het zo was. Het gaat allemaal zo snel.

Na twee dagen mochten we het ziekenhuis verlaten en begon het echt: met zijn drieën thuis, mijn eigen gezinntje. Nou ja, met zijn drieën… gedurende de weken daarop kregen wij bijna alleen maar visite over de vloer. Tussendoor gingen wij ook nog kerst vieren bij mijn zus en schoonouders, oliebollen eten bij mijn tante en nog naar twee verjaardagen. Ik was trots op mijn kind en die wilde ik overal showen. Ja, ik moet het toegeven, mijn zoon was een showobject. Achteraf gezien schaam ik mij ervoor, maar ik wist niet beter, ik werd geleefd. Na een maand of twee werd het kalmer, maar Marijn ging steeds meer huilen. En ineens kwam het besef: dit kind ging niet weg, ik moet daarvoor zorgen, ik ben verantwoordelijk. Ik zou nooit meer rust hebben, nergens rekening mee hoeven te houden, niet hoeven zorgen… Marijn had mijn leven op zijn kop gegooid en dat besef kwam op dat moment heel hard aan. Nee, spijt had ik niet en ik wilde hem ook niet kwijt, maar ik de zoektocht naar mijn nieuwe ik en de balans was pas net begonnen.

De arts van het consultatiebureau zei dat Marijn reflux had en adviseerde johannesbroodpitmeel. De weken daarop waren vreselijk. Hij at slecht, huilde heel veel en had dan ook veel pijn. Ik huilde met hem mee. Vreselijk als je kind pijn heeft en je kunt niks anders dan troosten. Maar er waren hierdoor ook momenten dat ik er even klaar mee was, met ‘dat kind’. Ik dreigde er zelf aan onderdoor te gaan. In die weken besloot ik mijn baan op te zeggen, mijn vakantiedagen op te nemen en zo een extra maand verlof te hebben.

In die onverwachte vierde verlofmaand kwam de rust bij Marijn ook langzaam terug. Hij ging over op andere voeding en kreeg medicijnen tegen reflux. Dat hielp. Voor het eerst sinds zijn geboorte zag ik een ontspannen, vrolijk ventje. Langzaam begon er iets te bloeien in mij; zou dit nu die onvoorwaardelijke liefde zijn die je voor je kind moet hebben? Ik kreeg met enige regelmaat dat typische warme gevoel in je borst als je naar iemand kijkt die je lief hebt, alsof je hart uit elkaar barst.

En toen ging ik weer aan het werk: de eerste weken 24 uur en daarna een paar weken 36 uur en uiteindelijk op 32 uur. En weer moest ik op zoek naar de balans. Want 32 uur werken is wel veel als je dat moet combineren met een kind en een huishouden. Vier dagen weg van mijn kind, dat is toch echt teveel als je de maatschappij moet geloven. Maar ik vond het heerlijk. Na die eerste vier maanden was ik er zo hard aan toe om weer gewoon Manon te zijn dat ik niet genoeg uren kon maken. Ik had een inhaalslag te maken. Na een maand of twee, toen Marijn ongeveer zes maanden oud was, besefte ik voor het eerst midden op de werkdag: ik wil naar huis, ik mis mijn zoon. En toen wist dat het er was: die onvoorwaardelijke liefde voor Marijn. Iedere keer als ik hem nu zie barst mijn hart uit elkaar van trots en liefde. Het is mijn kind en wee degene die aan hem komt.

Zes maanden duurde het voor ik wist dat ik echt van mijn kind houd en niet ‘omdat het hoort’.
Precies de tijd die ik nodig had om de balans in mijzelf en mijn leven terug te vinden. Toeval? In mijn geval niet…

Ook jouw verhaal delen met onze lezers? Laat het ons weten!

Liefs, Erin & Tamara

Share:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *